Begripsvoorspelling

  1. Hoe werkt begripsvoorspelling?
  2. Leesbaarheidsformules voor het Nederlands
  3. Problemen met leesbaarheidsformules
  4. Tools voor automatische begripsvoorspelling

3. Problemen met leesbaarheidsformules

Leesbaarheidsformules hebben tot op de dag van vandaag vooral in de VS een grote rol gespeeld bij o.a. het selecteren van geschikte onderwijsteksten voor leerlingen van alle leeftijden. Toch is er het een en ander aan te merken op het gebruik van de leesbaarheidsformule als predictietool en diagnostisch hulpmiddel bij het aanpassen van teksten. Kritiek op leesbaarheidsformules kwam langzaam op gedurende de jaren 70 van de vorige eeuw, en zorgde er uiteindelijk voor dat leesbaarheidsonderzoek vanaf ca. 1980 tot een aantal jaren geleden op een laag pitje kwam te staan. We noemen hier een aantal problemen die door o.a. Anderson & Davison (1988) en Connaster (1999) naar voren zijn gebracht.

  1. Leesbaarheidsformules wekken onterecht de indruk dat een tekst verbeterd kan worden door oppervlakkige tekstkenmerken als woord- en zinslengte te veranderen. Langere woorden zijn niet altijd moeilijker (Stahl, 2003) – denk aan namen of samenstellingen – en zinnen bij de komma in tweeën knippen maakt de tekst er lang niet altijd leesbaarder op (Land, 2009).
  2. Leesbaarheidsformules houden alleen rekening met het woord- en zinsniveau en negeren zaken als coherentie en tekststructuur.
  3. Bij het lezen van een tekst is er een interactie tussen de lezer en een tekst: twee verschillende lezers hoeven niet beide moeite te hebben met dezelfde tekst. Toch wordt de individuele lezer volledig buiten de leesbaarheidsformule gelaten.
  4. Leesbaarheidsformules zijn vaak gemaakt voor een specifiek tekstgenre, maar dat wordt vaak genegeerd. De formules worden vaak ook op teksten buiten dat genre toegepast.
  5. Leesbaarheidsformules zijn geconstrueerd aan de hand van geaggregeerde data: er wordt gewerkt met de gemiddelde score van een begripstoets bij een tekst. De te verklaren variantie in de te voorspellen scores wordt daardoor systematisch onderschat, en de verklaarde variantie juist overschat. Met andere woorden: gerapporteerde scores in validatie-experimenten schetsen een veel te rooskleurig beeld.
  6. Bij het creëren van een leesbaarheidsformule worden vaak teksten gebruikt die enorm verschillen qua moeilijkheid. Daardoor lijken de formules sterkere voorspellers dan ze in werkelijkheid zijn: de meeste teksten liggen rond het gemiddelde en contrasteren veel minder sterk met elkaar.
  7. Leesbaarheidsformules zijn gebaseerd op teksten die ieder één begripsscore krijgen en één score per tekstkenmerk. Hierdoor wordt de werkelijke variantie binnen een tekst onderschat. Dit verdoezelt ook de exacte locatie binnen de tekst waar begripsproblemen zich voordoen.

Deze problemen geven op z’n minst aan dat voorzichtig omgegaan moet worden met het gebruik van een klassieke leesbaarheidsformule als tool om tekstbegrip te voorspellen. Voor een individueel advies is de formule niet geschikt: de lezer wordt buiten de vergelijking gelaten en bovendien zijn de formules gemaakt aan de hand van geaggregeerde data: zowel binnen de tekst als over teksten heen zijn begripsscores van lezers gemiddeld. Vaak worden de leesbaarheidsscores die formules voorspellen gekoppeld aan groepen, zoals een leerjaar. De verschillen in leesvaardigheid tussen leerlingen in een klas zijn vaak echter dusdanig groot, dat je je mag afvragen hoe waardevol "geschikt voor groep 7" als een door een leesbaarheidsformule opgeplakt label is.

Als hulpmiddel bij tekstrevisie is de leesbaarheidsformule wellicht zelfs gevaarlijk: ze suggereert dat een tekst begrijpelijker gemaakt kan worden door zinnen in tweeën te knippen of door langere woorden te vervangen door kortere. Algemeen wordt aangenomen dat deze oppervlakkige kenmerken niet de werkelijke oorzaken van leesbaarheidsproblemen zijn.

Op z’n best zal een leesbaarheidsformule een zeer grove indicatie geven van de leesbaarheid van een tekst. Wellicht is een leesbaarheidsformule meer geschikt als hulpmiddel om teksten te ordenen dan om nauwkeurige, persoonlijke voorspellingen te geven. Maar ook dat dient nog beter onderzocht te worden. Positief is wel dat het onderzoek naar leesbaarheidsvoorspelling de afgelopen jaren weer op gang is gekomen. Mogelijkerwijs gaat dit leiden tot een nieuwe generatie voorspellers die niet meer te lijden heeft onder enkele van bovengenoemde problemen.

Literatuur

  • Anderson, R.C. & Davison, A. (1988). Conceptual and Empirical Bases of Readability Formulas. In: A. Davison & G.M. Green, Linguistic complexity and text comprehension: Readability issues reconsidered  (pp. 23-53). Hillsdale , NJ: Lawrence Erlbaum.
  • Connaster, B.R. (1999). Last Rites for Readability Formulas in Technical Communication. Journal of Technical Writing and Communication, 29(3), pp. 271-287. 

← Ga terug                                                                                                                                                Lees verder →